Bij een laatste bergwereldreis - Het stamhoofd vertelt

Bij een laatste bergwereldreis

Veel sterfgevallen de laatste tijd in mijn omgeving, ik schreef er al over. Zo ook oom Karel, missionaris-in-nu-eeuwige-ruste. Hij is bovendien leraar Latijn geweest en af en toe belde ik hem over een verbuiging van m’n Kaninefa-latijn. En vaak voerde ik in gedachten gesprekken met hem – daar ga ik natuurlijk gewoon mee door, oom Karel leeft voort. 

Oom Karel was ook de eerste leraar Nederlands van mijn neef, de dichter en schrijfdocent Gerard Beentjes (zie De Literaire Werkplaats). Op de begrafenis van oom Karel heeft Gerard onderstaand gedicht voorgedragen, dat hij schreef tijdens zijn bezoek aan Oeganda in 1974. Het gedicht Het stamhoofd vertelt is verschenen in de bundel de nagel van de tijd.


   Het stamhoofd vertelt

   Kom, witte man, zit met ons,
   neem de kruik, drink het bier,
   het verbond van de avond,
   het verleden van de zon.

   Wij zijn het hoofd van de stam,
   gebogen rug van voorbij,
   wit het haar, dun als de tijd,
   rijk als het verhaal vertelt.

   Kijk, daar loopt onze dochter,
   evenbeeld van haar moeder,
   hoog het voorhoofd, vrouw
   van de ochtendzon is zij.

   Rond haar mond het geheim
   van haar schoot, zij draagt
   de belofte van haar kind,
   licht van het licht van de tijd.

   Weet, witte man, niemand
   springt verder dan zijn schaduw,
   zit, drink en luister, herhaal
   het verhaal van het leven.

   Gerard Beentjes