logo_02jpg        Randland | II - Kiëv   logo_02jpg


Langs vier assen 

’s Avonds in een restaurant om de hoek van ons Airbnb-appartement:
 ‘Hoe was het Holodomor-museum?’
 ‘Verwarrend, hopeloos verwarrend,’ zegt Westkust, de serveerster wenkend. ‘Heb er reuze honger van gekregen.’

We hebben lekkernijen gegeten. We hebben zojuist een tweede fles besteld. We kijken elkaar aan. Westkust haalt een kaartje met onze reisroute tevoorschijn en begint die met een dikke markeerstift over te trekken.
 ‘Hoe weet je nu al ons reisplan?’
 ‘Je zult wel zien – kijk, hier is Kiëv,’ wijst Westkust op de kaart, ‘links van het vliegveld.’
 ‘En morgen excursioneren we hop-noord en hop-zuid: heen en weer naar Tsjernobyl.’ Hij maakt een beweging alsof hij een smalle gang doorkruist, dan een moeizame omdraaibeweging en terug door de smalle gang.

 ‘En overmorgen naar het westen, op weg naar Galicië!’ Hij neemt plaats in een botsauto. ‘Brrr, brrr, urenlang.’
 Hij hangt schuin in de bocht. ‘En dan draaien we naar het zuiden.’
 ‘En na een paar dagen …’ Hij schakelt terug en laat de denkbeeldige botsautomotor loeien. ‘De bergen in, de Karpaten.’
 Noordkust maakt ferme klimtred. ‘Bergwandelen!’
 Westkust daalt af in z’n botsauto, zwaar remmend op de motor. ‘En verder zuid, dan oost door het laagland achter de Karpaten en dan … terug naar het noorden.’
 Hij, wij allemaal, hangen schuinlinks in de bocht.
 ‘Eerst langs de grens met Roemenië en weer terug de Karpaten door, door een kronkelig rivierdal.’
 We wiebelen links, rechts, links, rechts.
 ‘Back to Kiëv.’
 Vroemvroem, bergverzetten onze motoren en we beschamperen onze eigen meligheid.
 ‘Mooi hè, zo’n routekaart.’
 We staren allemaal naar het A-viertje alsof we voor het eerst een landkaart zien.
 ‘Een soort van 6-vormig traject.’
 ‘Eerder een achtbaan – komt er nog een looping?’
 ‘Maar hoe weet je onze reisroute al zo precies?’
 ‘Je zult wel zien …’


Westkust weet van geen ophouden. Zijn wijsvinger schuift op en neer langs het Kiëv-Tsjernobyl-traject. Hij tekent daarlangs een pijl met twee punten. ‘Da’s Y en min-Y,’ zegt hij cryptisch. Zijn wijsvinger verlaat Kiëv in westelijke richting. ‘En dan een lange X.’ Hij tekent een pijl langs de marsroute.
 ‘Aha, en de bergen in, dat is natuurlijk de Z.’
 ‘Ja, de derde dimensie.’
 Iemands vinger glijdt oost-west over de kaart. ‘X!’ En zuid-noord. ‘Y!’ En daar waar reliëfschaduwing de suggestie van bergen wekken, gaat de vinger omhoog. ‘Z!’
 ‘Mooi hè, zo’n kaart,’ verzucht Westkust weer. ‘De hele reis van twee weken, met pakweg tweeduizend X- en Y-kilometers en minstens twee Z-kilometer, plus onze reisdoelen, dat allemaal gewoon voor ons op de keukentafel.’
 ‘Heb je Holodomor-hongerklop?’ vraagt iemand. ‘Dit is de tafel van een restaurant.’
 Hij kijkt om zich heen. ‘O ja.’
 Iemand anders: ‘Je vergeet er een.’
 ‘Een tafel?’
 ‘Een reisdoel?’
 ‘Nee, een dimensie.’
 We lachen. Op vorige reizen speelden we steeds zulke spelletjes, ’s avonds in een berghut, bij oploskoffie en theezakjesthee met chocola.
 ‘De T vergat je.’
 Westkust kiepert z’n wijnglas achterover. ‘Ach natuurlijk, de T van tijd.’
 ‘Precies wijsneus, de geschiedenis. En die maakt van onze reis van dik tweeduizend X-Y-Z kilometer ineens een thuisreis, alsof je om de hoek gaat koffiedrinken.’
 Drie keer: ‘O?’
 ‘Ja want Galicië en de Karpaten zijn eeuwenlang binnenland geweest van de staat waarvan ook Bohemen, Moravië en zelfs de westkustelijke Laaglanden, de zuidelijke althans, deel uitmaakten: het Habsburgse Rijk, that ol’ sweet home.’
 ‘Habs – home?’ Noordkust kijkt bedenkelijk.
 Iemand wil hem niet in z’n eentje draußen vor der Tür laten staan: ‘Your home too mister: slavenhalende Vikingen, en later de Zweden, kwamen ook wel eens in onze Slavische landen.’
 ‘En in laaglands Dorestad ook.’
 ‘Net als Litouwers, Hunnen, Tataren, Duitsers, Russen, Hongaren en wie weet welke bezetter je vergeet.’
 Allevier kijken we tevreden. We hebben allevier ons gelijk.
  
‘Mag ik nog een T-stukje toevoegen?’ vraagt Bohemia.
 ‘Ons good old Tsjechoslowakije zeker?’ vraagt Moravia.
 ‘Ja hoor, wij twee weten ook wel dat het stukje Karpaten ten zuiden van Galicië na de Habsburgse onttroning bij jullie ook-niet-meer-bestaande Tsjechoslowakije heeft gehoord,’ zegt Westkust mede namens Noordkust.
 ‘O,’ zegt die verbaasd.
  ‘Podkarpatská Rus,[1] tussen beide wereldoorlogen het Zweedse Noorwegen van Tsjechoslowakije,’ tempo-doeloet Moravia.
 ‘Het wordt wel erg druk op de T-as,’ vindt Noordkust. ‘Dat snapt niemand.’
 ‘Ja, genoeg gepalaverd over verdwenen staatsverbanden. Wij gaan met échte cultuur en échte mensen kennismaken, die van vroeger en nu, víérdimensionaal.’

De serveerster heeft onze bijna-lege wijnfles gezien en gracieus schenkt ze de laatste drupjes in onze glazen, wat met waardering door Noordkust en Westkust wordt ooggeschouwd.
 Bohemia en Moravia knipogen elkaar.


[1] Dat ‘Rus’ (uitspraak: [roes]) heeft niets met Rusland te maken. De oude Nederlandstalige naam voor deze regio was dan ook: Roethenië. Terzijde: dat geldt ook voor Belarus. ‘Wit-Rusland’ is foute Poetintaal, dat moet ‘Wit-Roethenië’ zijn!


‘Wacht, mijn T-stukje gaat niet over Tsjechoslowakije maar over mijzelf.’
 Drie en al aandacht.
 ‘Ons voormalig Podkarpatská Rus heet nu Ukrainski Karpaty. En in de jaren tachtig was ik er drie zomers lang schaapsherderin, een rustiger baantje dan draaideur-arrestante.’ Bohemia kijkt tevreden. ‘Verdiende ook beter.’
 Door elkaar: ‘Jouw schaapskudde, die gaan we opzoeken!’ en ‘Jij, draaideur-arrestante?’
 ‘Wij Charta-77-signatáři werden om de havelklap gearresteerd. En weer vrijgelaten. Vaak na 48 uur. Soms een paar jaar later.’
 ‘Ook een soort spelletje.’
 ‘Interessant. Vertel de Charta-77-spelregels een andere keer.’
 ‘Hier in de voormalige Sovjet-Unie speelden ze veel valser – niks 48 uurtjes, minimaal 25 Goelag-jaren.’
 ‘En massaal doodhongeren,’ flapt Westkust. ‘De Holodomor-hongersnood van de jaren dertig: massa-straf voor anticommunistische boeren. Elk dorp een uithongeringskamp, ze aten hun eigen kinderen, genocide, zéven miljoen doden …’
 ‘O hemel, een miljoen meer dan de Holocaust.’
 ‘Ik krijg weer honger.’
 ‘Is zo’n vergelijking relevant?’ vraagt iemand zeer gepikeerd.
 ‘Het Oekraïne van nu,’ zegt iemand anders vlug, ‘is lief. Echt waar.’
 Voordat Noordkust ‘Boek-raketland, lief?’ kan opperen, zegt de serveerster liefjes: ‘We gaan sluiten. Pinnen of iPay?’
 ‘Jij, schaapsherderin? – lief!’
 ‘Dat is hard werken hoor.’
 ‘Morgen naar Tsjernobyl.’


© Paul Braamberg 2022.




Over de transcriptie der Cyrillische plaatsnamen:
De officiële regels zijn gebaseerd op de Engelstalige uitspraak, niet op de onze. Daarom schrijven we o.a. Kiëv en Kolotsjava en Drohobytsj en niet Kiev/Kyiv en Kolochava en Drohobych; en Choest en niet Khust.