logo_02jpg        Randland | VII - In de Karpaten   logo_02jpg


Openluchtmuseum Kolotsjava

Was Lviv de hoofdstad van ons centraal-Europese rijk en Drohobytsj het stadje waar je altijd al woont en is Dilové, waar we nog langs zullen rijden, het geografisch middelpunt van ons continent, ja het ligt allemaal best dicht bij mekaar, dan is Kolotsjava ons paradijs. Kijk maar.
 Kolotsjava ligt in het middenstuk van een dal met vier zijarmen, een H-vormig dal. Kijk maar op de kaart. Drie beekjes komen er samen, waaronder de Kolotsjavka (wat, etymologiseren we, ‘bobbelige, ruw-stromende’ betekent) en de hele plens stroomt als Tereblia weg door de rechter H‑bovenpoot.

H-dal in drone-perspectief, in Google-Earth’s zomerkleuren
Het Openluchtmuseum van vandaag is de blauwe markering. De Karpatengraat van morgen eindigt midden-boven. De Finse blokhut staat onderaan de rechter H-poot. In het verlengde daarvan het weggetje naar Nimecka Mokra, overmorgen.

Je blik vliegt als een drone langs de beboste berghellingen, broccolieve boomkruintjes in alle tinten herfst en de zon breekt door. Je wint hoogte en scheert over geelgroene alpenweide-bergkammen. Diep beneden de H-lintdorpsbebouwing en lichtgroene weiden langs de beken. Ja, Kolotsjava wordt de komende dagen, zogezegd, onze uitvalsbasis.

 

De eerste uitval doet onze cavalerie, naar het dorpsplein, middenin de H-dwarspoot, waar de grijze Peugeot zich tevreden brommend laat inparkeren. Vervolgens trekt de viertallige infanterie op naar het belendende openluchtmuseum, wat ooit het beginpunt van een groot bossmalspoornetwerk is geweest. Ons viertal betreedt het voorveld van het openluchtmuseum en ziet verschillende zaken:


Je ziet smalspoor. Op het hoofdsmalspoortje een stoomlocomotiefje met goederen- en personenwagentjes en op een zijsmalspoortje een op bogies gezet busje en – het klapstuk – een Wolga-limousine op spoorwielen. Alle railvoertuigjes behalve de Wolga lijken zo uit een grootschalig modelspoor te zijn weggereden, da’s de charme van smalspoor.        

 Klein als in Madurodam maar net groot genoeg om in te zitten, kedèng, kedèng, schommel je langs beek en beemd. Botsj, een wissel over en dan een zijbergbosdal in. Wielflenzen krijsen door krappe bogen. Ho, waarom stoppen we? Een omgevallen boom. Even motorzagen onze werkploeg terwijl je een biertje drinkt en voordat dat op is, trekt het locomotiefje achteruitrijdend de blokkeerboomstam weg. Verder! Kedèng, kedèng en lege blikjes worden uit het raam gegooid.
Dat alles zie je, het motorgeronk hoor en voel je, de diesel ruik je, terwijl je op het museumvoorveld staat, dat nog niet eens zo lang geleden de centrale overslagplaats was van het bossmalspoornetwerk, spoorlijntjes langs de vier H-poten, die zich elk hogerop weer vertakten in nieuwe H’s, medio jaren negentig nog operationeel, maar toen had je te veel gezinsdrukte en leek Oekraïne, zelfs vanuit Praag, wékenverweg. Nu resteren alleen nog fraaie YouTube-filmpjes. Bovendien, de hele dag voortkedèngkedèngen met houthakkers wier elk tweede woord een vrouwonvriendelijke krachtterm is, in een tochtig Madurodam-hokje en bierblikjes het raam uitflikkeren: dat zou je de andere drie niet kunnen aandoen.
Je hoort – en als je je omdraait, zie je haar ook: de bobbelige beek, ha, kano-bevaarbaar! Niet breedpeddelen maar de peddel, naast je, bijna verticaal het water insteken, links, rechts, links, rechts, zodat je kort om elke onderwater-kei kunt laveren. Wildwaterkanoën, middenin de bebouwde kom: wauw! Maar je oppert het niet, de andere drie zijn geen kanoërs, zouden meteen omslaan. En trouwens, niet dichterbij komen, dan zie je te veel zwerfvuil drijven.
Je staat voor de poort van het openluchtmuseum Kolotsjava en je ziet hem meteen, jij en je mede-ex-Tsjechoslowaakse zien hem meteen, naast de toegangspoort: de levensgrote witgeklede pop van Nikola Šuhaj, onze geliefde bandiet.

 Je herinnert je de half-verboden film over hem, eind jaren zeventig, waaraan zoveel halve en hele dissidentenvriendinnetjes en -vriendjes van ons meewerkten.

 Je herinnert je het verlangen naar vrijheid dat filmheld Šuhaj personificeerde en dat jou en de andere Charta’77-ondertekenaars, en de vele half-dissidenten, dreef en samendreef.

 Hemel, zoveel herinneringen, hm, dat wordt een apart bandiet-herinnerings-hoofdstuk, later in dit reisverslag, ‘t wordt wellicht wat sentimenteel…

  En je weet dat hij echt bestaan heeft, onze geliefde bandiet Nikola Šuhaj, in het interbellum, hier in Koločava in ons toenmalig Tsjechoslowakije, en dat hij een half peleton gendarmes zou hebben vermoord, voordat zij hem… Maar daar gaat het niet om want in onze half-verboden vrijheidsverlangfilm stal hij van de rijken en gaf hij aan de armen, Nikola Šuhaj, onze eigen Robin Hood.

We kopen toegangskaartjes voor het openluchtmuseum. We bekijken de smalspoortreintjes. Hoger op de helling heeft men oude boerderijtjes verstrooid en een smidse, bakkerij, kleermaker, met goed onderhouden shingle-daken (geen dakpannen maar houten plankjes). De huisjes zijn zogezegd van smalspoorformaat. Diep moet je bukken om binnen te treden.

 In de simpele interieurtjes zie je de oude gereedschappen. Ongelofelijke materiaalkennis had men van hout- en steensoorten. Zo gebruikte men een rond stuk grafsteen als slijpsteen, je mag er aan draaien en de ingebeitelde Hebreeuwse tekst ‘beroemde kenner van de Thora, gevierd chassied’ is nog leesbaar – hemel, niet-zo-fijne romantiek!

 Van andere talen die in dit dal gesproken werden is verder geen spoor in het openluchtmuseum. Duits, Hongaars, Jiddisch, Roemeens, Roma, zelfs geen Tsjechisch! Alles Oekraïens of Bojk-dialect. Daar staat tegenover dat de vrouw die ooit het souvenirwinkeltje annex кава begon, de inmiddels overleden weduwe is van de wereldberoemde vooroorlogse Tsjechische Robin Hood. Bohemia en Moravia genieten van haar nagelaten espressomachine. En Noordkust en Westkust ook.


Terug naar onze pakezel die rustig heeft staan wachten.

 Rustig, want het is druk, rijden we over een smal slingerstraatje met de bekende leemkleurige huizen met ook weer veel nieuw- en aanbouw. Rustig, want het is zondag, flaneren kluitjes pubers met strakke rokken of stoere jasjes. Niet-zo-rustig scheurt een crossmotorboy langs, zou versieren zo beter gaan? Rustig, want ze zijn krom en oud, staan hoofddoekvrouwtjes en petmannetjes over de ijzeren tuinhekken met elkaar te praten. Rustig kwispelen schlemielige hondjes naast hun baasjes. Rustig, want ze zullen het vanavond vast doen, staan lantaren- annex stroom- en telefoonpalen paraat.

 Rustig genieten achter de lintbebouwing de herfstberghellingen van hun uitzicht en rustig zakt de zon achter haar favoriete berg.

 Onderdak vinden we bij een tuinbord in Oekraïens en – zien we het goed? ja! – in het Tsjechisch: ‘Kamers vrij’.

 

Rustig, niet te snel anders verstaan de huisbazin en onze vaste onderhandelaarster elkaars Tsjechisch niet, onderhandelen ze over de prijs. Achter het grote huis een stal met ook een huis eraan geplakt, daarachter de tuin/moestuin en helemaal achterin een flinke Finse blokhut. Home-sweet-home!

 Rustig nestelt Peugeot zich naast het grote huis, knus wordt achter hem het oprithek gesloten. En rustig laden we onze rugzakken uit en slepen de boel langs voor- en achterhuis, langs afrikaantjesbedden en wijnranken (wijn, hier?) en o, schrik niet van varkensgeknor (twee) uit de stal, en kippengekalel (dozijn), haangekraai (één) en koegeloei (één).

  Rustig installeren we ons in ons zomerpaleisje, rustig koken we ons potje, de enige keer in de hele reis dat we zelf koken – leuk zondagsuitje!


© Paul Braamberg 2022.


Over de transcriptie der Cyrillische plaatsnamen:
De officiële regels zijn gebaseerd op de Engelstalige uitspraak, niet op de onze. Daarom schrijven we o.a. Kiëv en Kolotsjava en Drohobytsj en niet Kiev/Kyiv en Kolochava en Drohobych; en Choest en niet Khust.