logo_02jpg        Randland | IV - Lviv   logo_02jpg


Stadswandeling

Voor de volgens internet gratis en zonovergoten rondwandeling verzamelen we gedrieën (nummer vier stokpaardt naar een kerkhof buiten Lviv) bij de fontein op het rynok[1]. Het is halfelf maar verder staat er niemand. Aha, op de volgende hoek is ook een fontein. Handig dat het rynok-plein zo overzienbaar klein is.


 De nachtrust was kort en niet erg krachtig geweest en van de rondwandeling herinner je je weinig, behalve dat de gids een lief gezicht en getailleerde regenjas had. En omhoogsteekparaplu en schattige laarsjes en dat ze goed Engels sprak.
 Naast rustige continentaal-Engelstaligen zoals wij, omvatte onze groep vanzelfschreeuwend een Amerikaan, alsook een verschrikkelijke zuidwestkustbewoner, een francofoneet ‘from Parishh’. Het begon er al mee dat hij voortdurend aantekeningen maakte in een hardkaftig schriftje en tegelijk door z’n loodzware wenkbrauwen gluurde of dat de groep voldoende imponeerde, naar zijn zin.
Let’s go. We laveren tussen veel grotere Poolse kuddes door, door straatjes en fijnkleine pleinen, door kerken, langs ka-oe-ka-patriciërshuizen en langs oude en nieuwe standbeelden.



[1] Rynok is een Slavisch germanisme van het Oostenrijkse woord voor plein: Ring.



Samengevat: adellijk casino, Armeense kathedraal, Armeense wijk (een straat) met Armeens café, boekenbazaar (vandaag niet), Dublin pub, Grieks-katholieke kerk, Joodse wijk (straat met wat zijstraatjes), Latinobar Havanna, McDonalds, monument van Adam Mickiewicz (grootste Poolse schrijver), monument van Taras Schewtschenko (grootste Oekraïense schrijver), museum, Oekraïens-orthodoxe kerk, opera, paleis, raadshuis, restaurant Praag, rooms-katholieke kathedraal (met prachtig binnenvallende zonnestralen), Russisch-orthodoxe kerk, vernielde synagoge (de fundamenten liggen parkeergarage-diep omdat de sjoel niet boven de omringende bebouwing mocht uitsteken), volkskunstbazaar (vanmiddag rondsnuffelen!), Walachijse kerk, Zwarte Huis.




Van dat alles is je alleen dit, en daarna die achtervolging, geheuggegrifd:
 De gids drapeert ons om een bronzen beeld. Geen Holodomor-meisje, eerder een pafferige Goethe-junior. Een van z’n bronsbroekzakken staat wijd open.
 ‘De meest bekende, beroemde, zo niet gehate Lviv-er is deze meneer von Sacher-Masoch.’
 Die kennen we niet allemaal.
 ‘De uitvinder van de Sacher-Torte?’ oppert iemand.
 ‘Nee – niemand die hem kent?’
 We staren lusteloos naar het beeld.
 ‘Het tweede lid van – van het sado-masochisme.’
 ‘Oooo.’ Dat kennen we allemaal – nou ja, het begrip.
 ‘Als je in het restaurant achter hem iets lekker vindt, schijnt een serveerster je daarvoor te straffen met een zweepje…’ Haar intonatie suggereert dat de gids ons liever gidst dan daar serveert.
 Een francofoonse hand schuift diep in de bronzen broekzak en de loodzware wenkbrauwen klapperen. ‘Ahaa.’ En terwijl hij rap begint te noteren, luidkeelt de Amerikaan:
 ‘They should develop that sinner, just as Amsterdam did with the Walls.’



Daarna kwam eerst nog de slot-stadswandeletappe. Het Zwarte Huis is grijsgevelig en ernaast bezoeken we een van de letterlijk ondergrondse Oekraïense verzetscentra (tegen Habsburgers, Turken en Napoleon, Duitsers zo af en toe, en vooral tegen Polen en Russen). Je moet het wachtwoord roepen, ‘vrij Oekraïne’, voordat een dikke deur opengaat, waarachter een dikke klederdrachtsverzetsstrijder je een smal wenteltrapje afstuurt – hoofdgestoot.
 Beneden op een kleine binnenplaats staat een oude illegale drukpers en een groot afvalmetalen atoomraketkunstwerk en omhoogkijkend zie je een Stairway to heaven. Het gewelddadige ultranationalisme uit Kiëv en Buk-raketstreek lijkt werelddelenverweg.
 We hoofdstoten terug en eindigen in een patriottische souvenirwinkel, Zaanse-Schanskneuterig. Sereen hier, terwijl buiten eindeloos de Polenkuddes langsstrompelen – die komen hier niet, krijgen het vrij-Oekraïne-wachtwoord niet strotdoorgeperst.


Weer tussen de Poolstalige toeristenschotsen klotsen we door straatjes en langs kerkjes en stadspaleisjes terug naar het rynok-je.
 Dankbaar doneren we vele flappen in het handtasje van de knappe gids. Tuurlijk zullen we haar vijf sterren geven op Tripadvisor.
 Dankbaar deelt ze gratis stadsplattegronden uit en weg is ze, terwijl menigeen haar toch voor een kopje кава had willen uitnodigen, met limoncello en al.
 En dan gebeurt het …
 Francofoneet grijpt, met dezelfde hand waarmee hij in Masochs bronsbroekzak zat, Bohemia bij de billen.

Je deinst achteruit, je meteen tegenover jezelf schuldig voelend dat je hem niet tussen de benen schopt. Zo reageer je nou eenmaal, verontschuldigt je jezelf daar weer voor. Ka-oe-kerlchen und klöte, altijd hetzelfde liedje.
Oog-door-hangbrauw-gepriemd vraagt hij in zwaarwichtig franco-anglo: ‘Heb ik joe niet eerder…?’
 ‘Nee!’
 Uit een ooghoek zie je Noordkust en Westkust staan, nog gidstoegewend. Hun ruggen verstijven bij je nee-schreeuw.
 ‘In Praag?’ vraagt Franco in het Tsjechisch.
 ‘Nee!’ Al herken je ‘m geloof je wel van vijftig jaar geleden.
 Uit een andere ooghoek zie je een tram naderen.



© Paul Braamberg 2022.




Over de transcriptie der Cyrillische plaatsnamen:
De officiële regels zijn gebaseerd op de Engelstalige uitspraak, niet op de onze. Daarom schrijven we o.a. Kiëv en Kolotsjava en Drohobytsj en niet Kiev/Kyiv en Kolochava en Drohobych; en Choest en niet Khust.