logo_02jpg        Randland | I - De Zone   logo_02jpg


Stalkers 

Ons busje parkeert in grote toeristenbusjesdrukte. Onderscheidende groepssjaaltjes zoals op het grote Baikove-kerkhof van Kiëv, zouden handig zijn. Ook cementwagens (cemetery-trucks, grapt iemand) rijden af en aan, want de beroemde sarcofaag, het betonnen omhulsel rond het geëxplodeerde reactorblok-vier[1], wordt nog steeds versterkt, mede betaald door de EU.

 Mede-excursionisten stormen eropaf. Selfie met sarcofaag, en voorgoed zijn ze radioactiviteit-deskundigen. Wij gevieren niet. Wij installeren ons op een parkeerplaatsbankje. Vogels fluiten, bossen ruisen. We pakken onze lunchpakketjes.
 ‘Je mag hier niet eten,’ roept de excursie-chauffeur vanuit zijn busje.
 We zwaaien vriendelijk. Hij zwaait vriendelijk terug met z’n colaflesje. We eten en drinken.
 Kauwtjes en duiven, zo te zien genetisch in orde, verzamelen rond ons bankje. Nee, wij zijn voedertoeristen noch afvalknoeiers. Spoedig zwermen ze naar een nieuw gearriveerd busje.
 We filosoferen, we stuurluieren aan de wal, we vatten samen: met dit soort onvermijdelijke ongelukken en het stralende afval van wereldwijd honderden centrales is kernenergie geen genocide, wel een massamoord met de mensheid als halfwaarde.
 Alle vier kijken we tevreden. We hebben alle vier ons gelijk, vind je ook niet?


[1] In 1986 ontplofte het vierde blok van de Tsjernobyl-kerncentrale, waarna een radioactieve wolk tot boven de poolcirkel dreef.


Nog steeds zingen de vogels in het Zone-bos.
 Bossen, velden, dorpen, een hele stad, alles ontvolkt. Een enorme en geheimzinnige mensenlege verwildering.
 ‘Tarkovsky,’ fluistert iemand, de andere drie knikken.
 Inderdaad, de omtrek van de Zone lijkt door die grote regisseur te zijn bepaald, zo reusachtig – of misschien nog steeds te klein, want de radioactieve neerslag kwam tot de Noordkaap.
 ‘Dit jaar niet op wandeltrektocht, toch jammer.’
 ‘Oekraïne is te groot, we willen te veel zien in twee weken …’
 ‘Alleen Galicië en de Karpaten maar.’
 ‘Morgen een mooie huurauto, morgen geht’s los!’
 Ondertussen radiosymfonieert het Zone-bosvogelorkest. En o, boven ons rikken leeuwen.

Iemand begint over een recent radio-interview met een ‘Stalkster’. Die vertelde dat haar trekking-clubje en talloze andere groepen Tsjechische jongeren, en ook Slowaakse, Poolse, Oekraïense, Wit-Russische en Russische, clandestiene zomerkampen houden in de Zone. Sommige van deze Stalkers wonen er zelfs permanent. Niet alleen avontuurlijke jongeren, ook kluizenaars van onze leeftijden, zelfs een complete ultraorthodoxe sekte en natuurlijk de vele sarcofaagblusserweduwen.
 ‘Dat kan niet, dat mag niet,’ had de radio-interviewster gezegd.
 ‘Tja, er wordt op je gejaagd maar je kent de trucjes,’ antwoordde de radio-Stalkster stoer.

Westkust denkt aan jeugdige struintochten door verboden rustgebieden en defensieterreinen vol roodwild. Ter boswachterlijke misleiding altijd achteruitlopend een mul zandpad oversteken!
 Noordkust verzint eindeloze kano-tochten door het Pripyat-estuarium. Geen enkel levend wezen, heel soms een beer die een grote (onnatuurlijk grote?) zalm verschalkt. ’s Avonds in je tentje, muskietengaas gesloten, kijk je sterren en meteorieten.
 Bohemia en Moravia denken aan ‘wilde’ zomerkampen, trempováni, buiten de communistische jeugdbeweging: diep in het woud eetbare paddenstoelen en knollen verzamelen, bosaardbeitjes en bramen plukken, vuurtje stoken en bivak in je zelfgebouwde takken-en-mos-hut. En nadat je Stalker in de Filmclub had gezien, zelfs binnen het spergebied van het IJzeren Gordijn. Niet om te vluchten, dan zou je immers later je kleinkinderen nooit kunnen zien, maar omdat het spergebied totaal mensenleeg was, zo verwilderd en zo elk-moment-anders als de zon zakte en de schaduwen verschoten. Net als nu.

Noordkust: ‘De wildernis, daar durft bijna niemand in, de wildernis beschermt je tegen de anderen, je bent er veilig.’
 Niemand antwoordt.
 Noordkust: ‘En de Zone, daar mág niemand in. In de Zone ben je ook veilig.’
 Niemand antwoordt.
 Noordkust: ‘Als je twee weken alleen jezelf hebt gesproken en je van de honger wel naar de bewoonde wereld móét, voor brood en macaroni, is de bakker net zo eng als, als …’
 ‘Als vroeger een sollicitatiegesprek.’
 Noordkust: ‘Precies.’
 ‘Of een date.’
 ‘Ben je bang voor de bakker?’
 Noordkust: ‘Liefst een zelfbedieningswinkel. Tegen de kassière hoef je alleen te zeggen: “Pinnen graag”.’
 ‘Ik wil niet alleen op vakantie.’
 Noordkust: ‘Mensen maken zich groot door jou klein te maken. Als je je bloot geeft, hakken ze je open, klimmen omhoog over je gaten. Na “pinnen graag” kan de kassière je hoogstens met “alleen contant” afzeiken.’
 ‘Haha, of omgekeerd.’
 ‘Omgekeerd?’
 ‘Dat ze juist geen cash …’
 ‘Ach natuurlijk.’
 Noordkust: ‘Na twee weken alleen is “pinnen graag” net zo’n belevenis als een week met jullie.’
 De bosvogels zingen. Bij de sarcofaag roezemoest het. De zon is rood en laag. De schaduw van de chauffeur reikt bijna tot hier. Naast het busje rookt hij een sigaret, ruik je dat?

‘Je bent toch niet bang voor ons?’
 Noordkust: ‘Wij hakken geen opklimgaten in elkaar, heel ongewoon is dat. Eens per jaar … Je wilt menselijk contact … Maar hoe langer je alleen bent, hoe groter de stap, gek hè … Hoe groter de kans gekwetst te worden.’
 ‘In de Zone zijn geen zelfbedieningswinkels.’
 ‘O, zo’n weduwe verkoopt vast wel aardappelen.’
 ‘Of wat ze nog meer in huis heeft.’
 ‘Vloeibare aardappelen bijvoorbeeld.’
 ‘Vloeibare?’
 Noordkust: ‘Wodka heb ik niet nodig.’
 Noordkust: ‘Soms.’
 ‘Stalkeren met z’n vieren kan ook.’
 ‘De echte Tarkovsky-aanse Stalker gaat alleen.’
 ‘Nee hoor, in de film gidste hij klanten door de Zone.’
 Noordkust: ‘Maar die verraadden zijn idealen. Elke keer een nieuw gat in z’n ziel.’
 ‘Ja, daarom wilde hij zijn partner nooit meenemen naar zijn ideale Zone – stel dat het ook met haar niets zou worden …’
 Noordkust: ‘Ik heb geen partner.’

Onze mede-excursionisten komen terug van de sarcofaag en wij hebben het koud gekregen op ons bankje. De bus is warm en de motor bromt. We dommelen door de Zone totdat iemand zegt: ‘Ik ben mijn paspoort kwijt.’
 ‘Echt waar?’
 ‘Dan moet je hier blijven.’
 We glimlachen alle vier.
 ‘Hoho, samen uit, samen thuis.’
 ‘Nee hoor, maar het hád gekund.’
 De Zone-uitgang staat open, we kunnen zo doorrijden en de verdere terugrit naar Kiëv vallen we in slaap of – als de gids een van ons zijn heupflacon aanbiedt – doen we alsof.



© Paul Braamberg 2022.



Over de transcriptie der Cyrillische plaatsnamen:
De officiële regels zijn gebaseerd op de Engelstalige uitspraak, niet op de onze. Daarom schrijven we o.a. Kiëv en Kolotsjava en Drohobytsj en niet Kiev/Kyiv en Kolochava en Drohobych; en Choest en niet Khust.